Zoeken
  • Jelte Nieuwenhuis

Waarom geven we Rimpelgeweld uit?

Dit is de tekst van een soort laudatio die ik in 2017 schreef over het magnifieke romandebuut van Menno van der Veen, Rimpelgeweld.

Uit alle debuten die ik komend voorjaar had kunnen uitgeven koos ik Rimpelgeweld van Menno van der Veen. Van alle honderden manuscripten van aspirant-schrijvers die mijn bureau bereikten was zijn tekst de enige waarvan ik zei: dit moeten mensen lezen.


Waarom? Omdat hij de Turkse bakker op zijn kop zet. Omdat hij de koffiefabriek cocaïne laat produceren. Omdat hij de basisschool dichtspijkert. (Geen paniek, ik leg het straks uit.)


Waarom geven we überhaupt nieuwe boeken uit?

Boeken uitgeven is een raar iets. Vooral nieuwe boeken, van nieuwe auteurs. De nieuwe Adriaan van Dis, daar is vraag naar. Maar er is geen vraag naar nieuwe schrijvers. Of nou ja: er is altijd vraag naar nieuwe dingen in het algemeen (‘nieuw! nu nog beter!’), maar eigenlijk nooit naar iets specifiek nieuws. Er is vraag naar literaire debutanten, maar er is geen vraag naar de onbekende debutant Menno van der Veen. Er is vraag naar debuutromans, maar er is geen vraag naar Rimpelgeweld.


En toch zeggen we al honderden jaren tegen boekhandelaren: dit debuut moet je inkopen. Waarom?


  • · Het is adembenemend/onontkoombaar/meeslepend/diep menselijk.

  • · Het is de nieuwe Ronald Giphart/Heleen van Royen/Herman Koch.

  • · Ronald Giphart/Heleen van Royen/Herman Koch vond het fantastisch.


Maar het aanvoeren van dat soort prefab argumenten volstaat niet meer. Voor ieder nieuw boek moeten we nieuwe, op maat gemaakte woorden vinden, nieuwe woorden voor het waarom. Dus waarom Rimpelgeweld?


Waarom is er literatuur?

De vraag die voorafgaat aan deze vraag is: waarom literatuur? Dat is een net iets andere vraag dan: waarom boeken? Of waarom romans? Ik vind dat literatuur ons een nieuwe blik op de werkelijkheid moet bieden. Veel romans tonen je de realiteit zoals hij is. Dat klinkt logisch: we willen geraakt worden door personages in wie we onszelf herkennen, door gebeurtenissen die hen treffen en ons zouden kunnen treffen.


Probleem is: als je de werkelijkheid krijgt voorgeschoteld zoals hij is, dan zie je hem op een gegeven moment niet meer. Zie het als het fietstochtje naar het station dat je iedere werkdag maakt. Zie je de basisschool nog waar je langskomt? Zie je de koffiefabriek? Zie je de Turkse bakker? Nee. Ik niet althans. Ik zag ze toen ik ze voor het eerst zag. En daarna vervaagden ze. Het is de taak van een literair auteur om iets aan de werkelijkheid te veranderen. Om de Turkse bakker op zijn kop te zetten. De koffiefabriek cocaïne te laten produceren. De basisschool dicht te spijkeren. Dan zien we de wereld weer.


Dat is wat Menno van der Veen doet in Rimpelgeweld.


Waarom Rimpelgeweld?

Menno van der Veen schudt zijn lezers meteen in zijn openingsalinea wakker:

‘Pak een groot vel papier. Neem een kwast en doop die in een pot zwarte verf. Neem de haren tussen je vingers, trek de kwast naar achter en laat los. Zie je de spetters op het vel? Dat ben ik. Neem nu een blik geconcentreerde groentesoep uit je voorraadkast. Maak het open. Schud het hevig op en neer, zodat de soep alle kanten op gaat. Zie je de vlekken op de muren? Dat ben ik ook.’

Heb jij je ooit laten commanderen door een schrijver? Ik denk het niet. Toch is dat in wezen wat iedere schrijver doet. Iedere auteur zegt tegen zijn of haar lezers: stel je situatie x voor. Stel je voor dat personage y handeling z verricht. Sinds het ontstaan van de romankunst, in de negentiende eeuw, zijn we als lezers gewend geraakt aan deze verhouding, dit verbeeldingsspel dat we met ons laten spelen. Sterker nog, we zijn er zo aan gewend geraakt dat we lui zijn geworden in ons lezen. En niet lui op een prettige vakantieachtige manier, maar op een lethargische, vertroebelende manier.

Van veel boeken val ik in slaap. Ook van de gepubliceerde romans die ik buiten werktijden nog wel eens lees. Ze volgen klakkeloos de zogenaamde wetten van de romankunst en doen niet werkelijk hun best om me wakker te schudden. Rimpelgeweld doet dat wel, vanaf de eerste alinea. Simpelweg door de lezer commando’s te geven:

Wakker worden! We gaan een verbeeldingsspelletje spelen, jij en ik. Doe je mee? Ik bedoel: echt mee? Dan is het leuker. Oké. Stel je voor dat je een groot vel papier pakt. Etc. etc.

Door het spelelement van het romanlezen naar de oppervlakte te halen, brengt Van der Veen je vanaf de eerste zin in een bijzonder prettige, heldere toestand. Hij veroorzaakt een tinteling die gedurende de hele roman aanhoudt en je in een verhoogde staat van alertheid brengt.

‘Snijd een bescheiden stuk af van een suikermeloen, dat je makkelijk in één hand kunt houden. Neem het in je rechterhand en laat je tong even over het vruchtvlees glijden. Neem een kleine hap. Voel je hoe het vruchtvlees zich van je tanden naar je verhemelte verplaatst en dan naar je keel? Proef je de zoete, gesuikerde smaak die je mond aangenaam vult? Nu weet je hoe het is om met Britten te vrijen.’

Het is precies de staat van alertheid die je nodig hebt om de wereld werkelijk te zien. Of zoals collega-auteur Christiaan Weijts zijn leeservaring verwoordde: ‘Energiek, vitaal proza dat niet terugdeinst echt iets nieuws te proberen.’ En door de onweerstaanbare cadans die Van der Veen heeft aangebracht in zijn boek, blijft het niet bij alertheid, maar kom je vervolgens in een soort roes terecht. Een roes die je doet vergeten dat je leest en je op hetzelfde moment, paradoxaal genoeg, voortdurend bewust laat zijn van de schoonheid die je ervaart. Deze staat komt verdacht veel in de buurt bij de sublieme ervaring die ik uiteindelijk van ieder kunstwerk verwacht. Die bijna transcendente sensatie, het ultieme esthetische genot waarnaar iedere kunstliefhebber volgens mij op zoek is.


Is dit dan het antwoord op het vraag-vraagstuk waar ik dit stuk mee begon? Ik stelde dat er geen vraag was naar Rimpelgeweld. Maar er is wél vraag naar sublieme ervaringen. Rimpelgeweld voldoet aan die vraag. En daarom hebben we het gekozen.


30 keer bekeken

jeltenieuwenhuis at gmail.com